• Mail: info@veertienkusjes.nl

Op het strafbankje

800 600 Veertienkusjes

Ik heb een hekel aan post. Er zit altijd wel weer iets bij dat geregeld moet worden of wat ik dan moet uitzoeken of waar ik achteraan moet bellen. Ik heb dan ook de stapel ‘to do’ sinds kort ‘in’  mijn kast gedaan in plaats van op de tafel. Of dat rust geeft? Nee, want de hele dag spookt door me hoofd wat ik allemaal nog moet doen. Zo moet ik nog steeds een aantal automatisch afschrijvingen regelen, aankoopbonnen opbergen en rekeningen opsturen naar de verzekeraar.

Vandaag lag er een brief van de Sociale Verzekeringsbank op de deurmat. Weer een wijziging? Of teveel uitkering ontvangen en terugbetalen? Ik krijg het altijd een beetje benauwd als ik een envelop van de SVB of Belastingdienst zie liggen. 
Een afspraak…. De SVB wil langskomen om te controleren of mijn situatie nog steeds hetzelfde is. Met andere woorden: of ik niet aan het frauderen ben om mijn nabestaandenuitkering te behouden. Ik krijg het spaansbenauwd. En waarom eigenlijk? Ik woon niet samen en als dat wel het geval zou zijn dan zou ik dat met trots aan de hele wereld laten weten.

Woensdagochtend. Hoewel ik niet samenwoon en niets te vrezen heb loop ik toch nog even een rondje door het huis. Even kijken of er mannendingen in huis zijn die doen vermoeden dat ik samenwoon. Op de trap ligt de joggingbroek van Dennis. Ik heb m graag aan. Hij zit lekker en ik vind het fijn dat ik nog plezier heb van iets dat van hem is geweest. Zou dat het vermoeden bevestigen dat ik samenwoon? Terwijl ik mezelf dit afvraag besef ik me hoe stom het is. Alsof ik niet in de joggingbroek van mijn overleden man mag lopen??? Het is klaar. Ik besluit niets te veranderen aan de situatie in huis en het bezoek af te wachten.

Twee man sterk staan ze aan mijn deur. Precies zoals je van een inspectie zou verwachten allebei met een koffertje waar met grote letters ‘SVB’ op staat. Ze tonen hun pasje en vragen of ze binnen mogen komen. Het is net als in de film bij een huiszoeking door de politie. We nemen plaats aan de tafel. Eerst even een formaliteit afhandelen. Ik moet een formulier ondertekenen waarop staat dat ik ze heb binnengelaten. Intussen zie ik vanuit mijn ooghoek dat ze rondkijken in huis. Ze kijken naar mijn foto’s, naar het aantal koffiekopjes op het aanrecht. Ik heb nu al spijt dat ik ze heb binnengelaten…

Dan wordt me gevraagd hoe het met mij en de kinderen gaat. Even lijkt het een prettig gesprek te worden. Ik vertel hoe het gaat en welke hulp we hebben ingeschakeld. Ineens kom daar de vraag die ik even niet had zien aankomen: ‘wie is (naam van een man)’? Ik voel dat ik rood word. Ik vertel dat ik met hem een relatie heb gehad en dat die onlangs is verbroken. En dan begint de ondervraging. ‘Jullie hebben nog steeds contact via Facebook?’ Whaaatttttt?????? Hebben ze serieus op mijn Facebookpagina gekeken? Precies op dat moment voel ik me een misdadiger. Ik moet blijkbaar aantonen dat we niet samenwonen en dat de relatie over is. Maar, hoe toon ik dat aan als we gewoon nog vriendschappelijk contact hebben? Moet ik het contact dan maar verbreken voor de SVB? 
Weer merk ik dat ik rood word en dat ik stotterend begin te praten. Blijkbaar moet ik ze meer over de relatie uitleggen dan ik eigenlijk wil. Waarom maakt het me zo zenuwachtig? Er is nooit sprake geweest van samenwonen. Verre van zelfs! En toch heb ik het gevoel dat ik iets misdadigs heb gedaan.
Als klap op de vuurpijl wordt mij nog even verteld dat ze hebben kunnen zien dat ik niet heb samengewoond door het waterverbruik van beide op te vragen. Zijn waterverbruik was ongewijzigd. Wow, nu weet ik helemaal geen woord meer uit de brengen….. Ze weten echt alles!

Natuurlijk weet ik precies hoelang de relatie heeft geduurd, maar omdat ik het gevoel kreeg dat ik iets misdadigs had gedaan wist ik het even niet zo goed meer. ‘Iets meer dan een half jaar geloof ik’, zei ik. Waarom zei ik niet gewoon: ‘Tien maanden meneer’. Al zou het twee jaar zijn geweest. We hebben niet samengewoond. Punt. Waarom voelde ik me zo onzeker?

Het was genoeg. Ze wisten genoeg om het dossier te kunnen afronden. Binnenkort krijg ik bericht of ik mijn nabestaande uitkering kan behouden.

Terwijl ze wegrijden sta ik lamgeslagen voor het raam naar buiten te staren. Was dit even een raar gesprek zeg!

Ik hoop in de toekomst heel gelukkig te worden met iemand en uiteindelijk samen een gezin te kunnen vormen. Als het dan zover is zal ik deze meneer van de SVB persoonlijk het goede nieuws vertellen. Ik zou het met trots aan de hele wereld laten weten. Want tegen het geluk dat ik voor ogen heb, kan geen uitkering tegenop!

  • 1

Leave a Reply

Your email address will not be published.