• Mail: info@veertienkusjes.nl

Ik wil rust! Kan die wind uit!

800 600 Veertienkusjes

Zondagochtend. Nadat ik tot 10.00 uur heb uitgeslapen kom ik beneden waar de kinderen al een uurtje op de bank hangen voor de televisie. Ik ga met mijn kopje koffie aan de tafel zitten en kijk naar buiten. Het is prachtig weer, de wind waait door het riet langs het water. Een typische zondagochtend. Er is heerst rust. Toch voel ik alles behalve rust.

Kan dat geluid uit!

Stijn speelt Mindcraft op de PlayStation en het muziekje dat op de achtergrond te horen is irriteert me. Tussendoor hoor ik appjes binnenkomen op de telefoon van Isa. Te hard. Ik kijk haar geïrriteerd aan. ‘Wat?’, vraagt ze me. Ik besef dat het aan mij ligt en zeg haar dat er niets is.

Als mijn koffie op is snel ik naar boven om mijn hardloopkleding aan te doen. Ik moet even rennen. Mijn hoofd leegmaken. Het is perfect weer voor een rondje. Mijn broek zit te strak en het koordje van mijn broek is naar binnen geschoten. Ik krijg ‘m maar niet te pakken. Nog één keer proberen. Als het niet lukt smijt ik mijn broek de hoek in. Ik geef een schreeuw. ‘Aaaahhhhggggrrrrr’. Ik pak mijn broek op en trek ‘m aan.

Het is best fris en een extra windjasje had geen kwaad gekund. Ik zet wat meer aan zodat ik sneller warm word. De eerste paar honderd meter voel ik me koning. Heerlijk! Het waait behoorlijk hard en ik loop vol tegen de wind in.

Ik ontplof en wil alleen maar schreeuwen

Ik ben nog geen twintig minuten onderweg als de wind me behoorlijk begint te irriteren. Constant hoor ik de wind om mijn oren suisen. Ik wil rust! Stilte! Als ik de wind in mijn rug heb, blaast de wind ook nog eens mijn haren naar voren. Ik sla continue mijn haren weer naar achteren. Ik had een vlecht moeten maken. Als mijn haar voor de zoveelste keer in mijn gezicht slaat stop ik acuut met rennen. Ik draai me om en leg mijn handen over mijn oren. ‘Ik wil rust!!!!’, schreeuw ik in mijzelf.

Mijn hartslag schiet omhoog en mijn ademhaling zit heel hoog. Ik ren weer door in de hoop dat de prikkels wat zachter worden. Helaas, de wind om mijn oren is zo verschrikkelijk hard en irritant. Stop!!! Als ik een beschut stuk fietspad voor me zie begin ik harder te rennen in de hoop dat ik daar geen last meer heb van de wind. Nee hoor, ik hoor nog steeds de wind om mijn oren gieren. Ik ontplof en schreeuw het uit. Met die schreeuw komen ook de tranen. Mijn hartslag schiet omhoog en rennend probeer ik het eruit te huilen. Ik moet stoppen, ga door mijn knieën en begin hard te snikken.

Mijn rugzak zit vol. Beter gezegd, mijn rugzak loopt over. En als alle prikkels versterkt binnenkomen weet ik dat ik alweer te ver ben.




  • 0

Laat een reactie achter

Je email zal niet worden gepubliceerd