• Mail: info@veertienkusjes.nl

Tranen in het zand – het vervolg

600 800 Veertienkusjes
Het begon allemaal met een like op die datingsite (blog: hij is leuk!!!). Urenlange Facetime-gesprekken en uiteindelijk een eerste date (blog: de eerste date). Het leek allemaal te mooi om waar te zijn. We waren verliefd en ik zat op een enorme roze wolk (blog: het was te mooi om waar te zijn).

img_9973

Het was bijna tijd om te gaan

De hele ochtend waren we thuis aan het knutselen en kleuren geweest. We zaten aan de grote tafel en hadden alles uit de kast gehaald. Inmiddels lagen de glitters overal om de tafel heen en lag de tafel bezaaid met lege wc-rollen en lege pakken hagelslag. Ik keek op de klok en zag dat het bijna tijd was om te gaan. Ik begon zenuwachtig op te ruimen en liep heen en weer door de kamer. Stijn keek niet op of om en ging rustig door met knutselen. Isa niet. Zij voelde de spanning en werd steeds drukker en drukker. Dat werkte mij weer op de zenuwen waardoor een botsing onvermijdelijk was. Ik merkte dat Isa ook zenuwachtig werd.

Het was tijd om te gaan. Ik had zin om hem weer te zien, maar ik zag er ook als een berg tegenop. Het huis vol visite en twee meiden die elkaar elke keer in de haren vlogen. Ook voor de meiden was de druk veel te hoog. Ze voelden dat haarfijn aan. En juist die spanning maakte steeds dat het mis ging.

Ik wil nu naar huis!

De spanning was om te snijden. De meiden gingen naar boven en na vijf minuten kwam de eerst al naar beneden. Met een brok in mijn keel liep ik naar de trap. ‘Wat is er?’. ‘Oh niets hoor, ik moet even plassen.’ Er gleed gelijk een last van mijn schouders. Ik zag hem ook met een schuin oog naar de trap kijken met een blik van: ‘Nee, niet weer he?’.

Na een uurtje spelen ging het dan toch mis. Stampvoetend kwam er één naar beneden. Foute boel. Dwars en boos en ik hoorde alleen nog maar: ‘Ik wil nu naar huis!’. Ik wist dat dat de beste beslissing was, maar ik wilde er nog niet aan toegeven. Ik probeerde het nog even uit te zingen, maar het was onvermijdelijk. We gingen naar huis…

Ik huilde mezelf in slaap

De week die volgde huilde ik mezelf elke avond in slaap. Ik had dit zo anders voorgesteld. Het ging allemaal zo moeizaam en ik voelde me helemaal niet zoals ik me zou moeten voelen. Ik werd onzeker en als ik een uur later nog geen reactie op mijn berichtje had gekregen maakte ik mezelf helemaal gek. Toch hield ik mij vast aan het gevoel van de eerste drie maanden. Dat was zo geweldig!

Na veel gesprekken aan de telefoon over en weer besloten we af te spreken om even uit te waaien op het strand. Zonder kinderen, even met z’n tweeën. De hele dag had ik een knoop in mijn buik. Ik probeerde me vast te houden aan een positief scenario. Het was een mooie avond, zo’n avond waarop je na je werk nog even naar het strand rijdt om samen wat te drinken en met je blote voeten in het zand te lopen. Samen, hand in hand langs de vloedlijn lopen om de dag door te spreken.

In de auto zeiden we weinig tegen elkaar. We luisterden naar muziek en keken een beetje rond. Als ik wat zei kwam het zo moeizaam mijn keel uit door de zenuwen dat ik maar besloot mijn mond te houden. Ik voelde mijn tranen prikken, maar hield me sterk. Ik wilde niet huilen. Niet nu. Het kon nog alle kanten op gaan…

Het ga je goed…

Het is over. Het kon niet langer zo. We waren allebei niet gelukkig met de situatie en hoe gek we ook waren van elkaar, dit ging niet. Toch viel het afscheid ons allebei vreselijk zwaar. We dronken nog wat, maar uiteindelijk moest het er dan toch van komen. ‘Het ga je goed….’

De weken die volgden kwamen er allerlei emoties voorbij. Verdriet om ‘hem’, maar ook vreselijk zelfmedelijden. Waarom moest mij dit weer overkomen? Waarom was het mij niet gegund? Ook kwam ik weer in een periode van rouw terecht. Misschien wel dat stukje rouw wat ik eerder nog niet had doorgemaakt. Ik miste Dennis nu extra. Elke avond bekeek ik foto’s van vakanties en de geboorte van de kinderen, onze trouwdag. Ik wilde zo graag tegen hem vertellen wat er was gebeurd. Ik wilde zijn sterke armen om mij heen om me te troosten.

Het gemis werd niet minder. Ik bleef maar denken aan al die leuke dingen die we samen hadden gedaan en hoe sterk dat gevoel was. We konden zo lachen met elkaar. Ik ben altijd al een gevoelsmens geweest. Het verleden had wel bewezen dat ik op mijn gevoel kon vertrouwen. Ik voelde dat het nog niet klaar was. Als het goed was zo, dan zou ik dat toch ook moeten voelen?
We spraken elkaar steeds vaker en we gingen af en toe zelfs even wat leuks doen. Wat drinken op het strand, een hapje eten in de stad. Gewoon als vrienden.

Begon er toch weer iets te bloeien? Lees binnenkort het vervolg…




  • 1

Laat een reactie achter

Je email zal niet worden gepubliceerd