• Mail: info@veertienkusjes.nl

Hardlopen

533 800 Veertienkusjes

In 2010 viel ik 40 kilo af. Vanaf dat moment ben ik gaan hardlopen. Ik vond het vreselijk. De eerste keer hield ik het nog geen minuut vol. Ik schaamde me kapot. Met een rooie boei en blubberende benen liep ik zoveel mogelijk in het donker een stukje over het onverlichte fietspad in de hoop dat niemand me zou zien. Er waren talloze keren dat ik de handdoek in de ring wilde gooien, maar Dennis motiveerde me altijd weer om toch weer die schoenen aan te trekken en te gaan lopen. Kwaad was ik dan… ‘Zie je wel, hij vindt me te dik…’ Maar als ik dan thuiskwam was ik zo blij dat ik was gaan lopen. En dat wist hij.

Toen ik na een tijdje mijn ultieme doel had bereikt en een heel rondje Geestmerambacht (8 kilometer) volhield had ik de smaak te pakken. Drie keer in de week pakte ik mijn moment en liep mijn rondje. Ik durfde zelfs overdag te gaan lopen.

Dennis werd ziek en de drang om te gaan hardlopen werd steeds groter. Als we weer eens slecht nieuws kregen in het ziekenhuis kon ik niet wachten tot we thuis waren en ik die schoenen aan kon trekken om te gaan lopen. Ik liep als een malle al mijn frustraties eruit. De laatste paar meter nog even een sprintje en dan kwam alles eruit. Huilend liep ik de laatste paar meter naar de voordeur. Hardlopen was voor mij de enige manier om mijn gedachten op een rijtje te krijgen. En nog steeds.

In 2012 kocht ik een kaartje voor de Damloop, 16,1 kilometer!!! Ik trainde me suf. Ik besloot een sponsorpagina aan te maken en te lopen voor Fight Cancer. Die leverde zelfs een halve pagina vullend artikel op in het Noord-Hollands Dagblad! Ik wilde op deze manier iets terugdoen voor Dennis. Terwijl Dennis thuis in de woonkamer in bed lag om te sterven, stimuleerde hij me nog. Dan zei hij: ‘Es, ga maar lekker een stukje lopen. Dat doet je goed.’

Een week voor de Damloop overleed Dennis. Ik wist wat me te doen stond. En zo verscheen ik een week later met Dennis zijn beste vriend aan de start. Ik was super gemotiveerd. We liepen alsof het niets was. Af en toe zelfs een kletspraatje tussendoor. Mijn vader had t-shirts geregeld met een foto van Dennis erop. Langs de kant hoorde ik mensen roepen: ‘Dennis!!!!’ Het voelde alsof ik naar de finish werd gedragen. De laatste kilometer stonden al mijn vrienden in hetzelfde t-shirt klaar om de laatste kilometer met me mee te lopen. Automatisch versnelde ik. Jeetje, wat een magisch gevoel was dit. Het koste me geen enkele moeite om die finish te halen. Het was een enorme ontlading en een geweldige ervaring. Ik zal het nooit meer vergeten.

Afgelopen jaar heb ik ‘m weer gelopen. Met hetzelfde gevoel stond ik daar weer. Dit moest een makkie worden. Niet dus! Het was zwaar, loodzwaar. In 2012 verbaasde ik me steeds over hoe ver we al waren. Dan miste ik zelfs een aantal kilometerbordjes. Nu zag ik iedere kilometeraanduiding. Ik sleepte mezelf van bordje naar bordje. Hijgend en puffend hielp mijn zusje me met motiverende woorden over de finish. Ik was gesloopt! Na een uur liep ik nog rond met een rood hoofd als een tomaat. Maar, ik had het weer gedaan!

Dit jaar heb ik weer een kaart gekocht. Het blijft een goede stimulans om te blijven lopen. Het is een mooie traditie die ik erin houd.

Wat helpt jou om je hoofd leeg te maken?

  • 4
3 reacties

Laat een reactie achter

Je email zal niet worden gepubliceerd