• Mail: info@veertienkusjes.nl

Alkmaarcityrun – deel 2

800 601 Veertienkusjes


Ik zwaaide Isa uit die aan het einde van de straat nog een keer omdraaide en haar medaille omhoog hield. Ik gooide nog een handkusje de lucht in en draai me om.

Koud geworden

Nog ruim een half uur te gaan. Ik was behoorlijk koud geworden en had gelukkig nog een lange broek in mijn tas zitten. Toch maar richting de kerk om spullen af te leveren en weer een beetje warm te worden.

Ik had er zin in! Ik was goed in vorm na al het sporten van de afgelopen tijd en ik was vastbesloten om een geweldige tijd neer te zetten. Remco (hardloopcoach) zou me helpen om onder de 58 minuten te lopen. Dit moest lukken.

Ik haalde alles uit de kast

Ergens in 2010 kwam ik erachter dat hardlopen helemaal mijn ding is. Ik kon de deur uitstappen en een eind weglopen. Het is ook zo mooi waar ik woon. Ik ging altijd wel weg met een doel. ‘Vandaag ga ik 12 kilometer lopen’ of ‘ik loop naar Bergen en wie weet loop ik dan wel door naar Schoorl’. Van tevoren wist ik dan dat ik wel door zou lopen. Mijn doel, hoe optimistisch ook, ik haalde ‘m altijd. En aan het eind van de straat zette ik dan regelmatig nog even een laatste sprint in. Soms zo stuk dat ik huilend aan het rekken en strekken was.

Tijdens hardloopevenementen geef ik altijd net even een beetje meer. Vaak onbewust en wordt dat veroorzaakt door enthousiasme en euforie. Ik knal er nog even een paar passen extra uit als ik langs een dj loop die een lekker deuntje draait of als iemand langs de kant hard mijn naam roept.

Daar gaan we!

Het startschot klinkt en we mogen. Dit gaat ‘m worden! Ik voel het….Wat ik ook voel is mijn achillespees en mijn kuit. Nee! Ik krijg toch geen kramp nu? Ik wijt het aan de kou en verwacht dat het overgaat als ik lekker warm gelopen ben. Het lukt me maar half te genieten van alles om mij heen, omdat die stekende pijn in mijn been toch wel heel erg aanwezig is.

Na een kilometer ben ik aardig warm geworden, maar is de pijn alleen maar erger geworden. Remco vraagt of we moeten stoppen. ‘Stoppen? Ben jij gek geworden?’. Ik zoek even een boom op om tegen te rekken, maar niet lang. Dat gaan ten koste van mijn tijd.

“Stop als het niet meer gaat!”

Twee kilometer verder begin ik toch wel heel veel pijn te krijgen. Remco zegt al een paar keer: ‘Es, stop als het niet meer gaat! Dit is het niet waard!’. Het maakt me boos. Ik heb nog nooit opgegeven en dat ben ik nu ook zeker niet van plan. Mijn strakke tijd heb ik inmiddels losgelaten en ga nu gewoon voor het finishen.

Ik pik even het krukje in van een mevrouw langs de kant en Remco probeert mijn kuit op te rekken. Dan wisselen we nog even van schoenen. Het is het proberen waard.

Ik heb opgegeven

Als we het bord van 4 km passeren en ik niet meer normaal kan lopen, trekt Remco mij aan mijn arm de menigte uit. ‘Es, het is klaar nu! Jij gaat stoppen!!’ Ik weet dat ik moet stoppen en voel ook dat ik niet verder kan, maar…..pffff….dat opgeven is zo niet mijn ding!

In plaats van wandelen, strompel ik weer terug naar de kerk. Naast me zie ik lopers voorbij komen en mijn tranen beginnen te stromen. Ik heb opgegeven. Geen medaille, geen mooie finish en voorlopig niet meer lopen. Ik weet eigenlijk niet wat me het meest verdrietig maakt.

Om het leed te verzachten spreek ik met mijzelf af om dit jaar nog een halve marathon te lopen. Als goedmakertje.



  • 0

Laat een reactie achter

Je email zal niet worden gepubliceerd